Lucette en ik, of: sherry en levenskunst

Wij houden van sherry. Nogal logisch: we zijn dames van gevorderde leeftijd, we zijn classica (Lucette) en neerlandica (Anda), we zijn wijnliefhebbers, we koken en eten graag, en we lezen nog echte boeken. Kortom, we zijn amper van deze tijd, net zoals sherry amper nog van deze tijd lijkt.

Sherry vormt onderdeel van een een cultuur die ons aanspreekt. Sherry heeft niet alleen zelf een rijke historie, maar hoort ook bij de geschiedenis van Europa en dan met name – naast herkomstland Spanje, uiteraard – bij die van Nederland en Engeland. Lange tijd was sherry een van de vanzelfsprekende geneugten van lunch en diner. Feestjes, ontvangsten, recepties, visites: een glas sherry kon daarbij niet gemist worden. Ook in het verre Indië hield men vast aan deze gewoonte:

Nadat wij eerst met sherry, portwijn, koffij en bouillon waren verkwikt, werd Kota Gedang plegtstatig in oogenschouw genomen en een bezoek gebragt bij een van de rijkste particulieren, wiens dochter op het punt stond van een huwelijk aan te gaan, en die dan ook, van haren aanstaande vergezeld, in bruidstoilet verscheen.

(Bron: De Gids, 1866)

We houden van de sfeer van Engelse landhuizen, butlers, dagelijkse rituelen van afternoon tea en drinks before dinner, van zachte conversaties, het getinkel van glazen, zilveren bestek dat glanst in het kaarslicht, gesteven damasten tafelkleden. De kristallen karaf met goudkleurige sherry voelt zich daar helemaal in thuis. Maar sherry is net zo goed de wijn die eenzame huisvrouwen in buitenwijken troostte in de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw. De wijn die heel wat soepen en andere gerechten nét dat beetje diepte gaf dat ze nodig hadden. En het is de wijn die tijdens een uitbundige féria in Andalusië met liters tegelijk geschonken wordt; die op Zuid-Spaanse terrassen nog altijd door jong en oud besteld wordt; die in de beste wijn- en cocktailbars van New York op de kaart staat en die – als we Elizabeth George in haar reeks over upper-classdetective Inspector Lynley mogen geloven – in de betere Engelse huishoudens nog stééds op dat glanzend houten drankenkastje staat.

Sherry is misschien nooit bedoeld om zo uitermate keurig en beschaafd te zijn. En zeker niet om saai en stijf te zijn. Sherry is opwindend, levendig, vrolijk, lichtvoetig. En soms adembenemend mooi. Het is een wijn om van te genieten, zoals wij vrijwel dagelijks doen, of we nu met ons hoofd in de zestiende of de negentiende of de eenentwintigste eeuw zitten. En dat is het belangrijkste: sherry is een veelzijdige wijn waar heel veel aspecten aan zitten, maar waar je bovenal met veel plezier een glas van drinkt – ook gewoon in je joggingbroek aan een plakkerige keukentafel.

 

Nijmegen, juni 2026